|
Dolly Rudeman brak in september 1926 door met een expressief affiche voor de beroemde Russiche avantgardefilm Potemkin van Sergei Eisenstein, dat onmiddellijk de aandacht trok. “Men zendt ons een affiche voor de hier ter stede ophanden zijn de vertooning van de veelbesproken Potemkin-film. Het affiche wijkt wel zeer af van de gewone filmposters. De ontwerper, D. Rudeman, teekende een kozak met een zijner slachtoffers aan zijn voeten en zette het geheel in fellen rooden en gelen gloed. De figuren zijn sterk opgezet en uit alles zien wij, dat hier een artist aan het woord is, bijna gelijkwaardig aan hen, die de film zelve in elkaar zetten”. Aldus de Haagse krant ‘Het Vaderland’ van 31 augustus 1926.
In 1925 moest de eerste Russische revolutie van januari 1905 worden herdacht met een film over de toenmalige gebeurtenissen met het volk als held. De oorspronkelijke script had als titel “ Het jaar 1905”. Regisseur Sergej M. Eisenstein bewerkte echter het scenario en balde de gebeurtenissen samen in een verhaal over de muiterij op het slagschip Potemkin dat in 1905 in Odessa aangemeerd lag.
‘Pantserkruiser Potemkin’ (Bronjenosets Potjomkin), uitgebracht in 1925, werd een meesterwerk met een superieure montage, een eigentijds ritme, en tal van scčnes die tot de iconen van de filmgeschiedenis zijn gaan behoren - zoals het beeld van een door een kogel doorboord brilletje en de vaak nagebootste trappenscčne, waarin een bataljon Kozakken het volk op de trappen van Odessa vertrappelt.
De film werd in veel Europese landen verboden en was ook in Nederland omstreden. De burgemeesters van o.a Nijmegen, Amersfoort, Heerlen, Zutphen en Vlissingen verboden de vertoning, iets waar de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie ook op aandrong. Maar niet iedereen dacht daar zo over. “Deze verduivelde Pantserkruiser is een betooverende godheid” zo schreef de filmcriticus van het Haagse dagblad ’Het Vaderland’. En: “Royalist of Bolsewiek of zonder eenige politieke belangstelling – men wordt meegesleurd door dit ongelooflijk suggestieve werk”. In Den Haag werd de film maar liefst in twee bioscopen tegelijk vertoond. Zowel in ‘Passage’ als in ‘Flora’, waarvoor Rudeman haar affiche maakte, draaide de film vier weken achtereen.

Dolly Rudeman werd in 1902 op Java geboren en kwam in 1916 met haar familie naar Den Haag. Ze ging studeren aan de Haagse Akademie voor Beeldende Kunsten en haalde in 1922 haar akte M.O tekenen. In 1926 maakte zij in opdracht van de Maatschappij Zeebad Scheveningen haar eerste affiche ter gelegenheid van een optreden van de Spaanse danseres La Argentina in het Kurhaus. Voor het tijdschrift De Auto tekende zij regelmatig illustraties bij verhalen van Barend Evert Lugard, firmant van een Haags autobedrijf. In 1925 werd Lugard directeur van de Nederlandsche Bioscoop Trust (N.B.T.) en in die nieuwe functie gaf hij Rudeman in 1926 de opdracht voor het Potemkin-affiche.
Nadien ontwierp ze voor de N.B.T talloos veel affiches en programma’s. Ze kreeg veel lovende recensies en in 1929 hingen twaalf van haar affiches op de Nederlandse afdeling van een internationale affichetentoonstelling in München. Het beroemde kunsttijdschrift ‘Wendingen’ nam haar werk op in een aan affichekunst gewijd nummer. In Parijs werkte ze korte tijd op het atelier van de beroemde Franse affichekunstenaar Cassandre en in München studeerde ze bij de Duitse ‘grootmeester’ Ludwig Hohlwein. Na 1930 nam haar productie van filmaffiches af, niet in de laatste plaats omdat haar voornaamste opdrachtgever, de N.B.T, uit elkaar was gevallen. In 1941 trok ze vanwege een bombardement naar Amsterdam waar ze vanaf 1944 tot haar dood in 1980 bleef wonen, zich toeleggend op portretten en boekillustraties.

Het is Charlie Chaplin (1889-1977) zelf die in de film Circus uit 1928 met een balanceerstaaf en een aapje op zijn schouder op het slappe koord loopt. Daar kwam geen stuntman aan te pas. In de film belandt Chaplin als zwerver in een circus waar men hem promt voor zakkeroller aanziet. Achtervolgd door een politieagent raakt hij verzeild in allerlei circusacts en wordt hij verliefd op een circusmeisje. Chaplin kreeg een Special Academy Award voor zijn “veelzijdigheid en genialiteit in het acteren, schrijven, regisseren en produceren” van de film.


In de stomme film ‘De Generaal”, uit 1927, haalt komiek Buster Keaton halsbrekende stunts uit op een voortrazende trein. De film was gebaseerd op een verhaal uit de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) waarbij soldaten en burgers van de Unie een trein van de kaapten van de Zuidelijke, confederale partij. Een tijdloze film die in september 2004 opnieuw werd uitgebracht.

In de 20ste eeuw was Harold Lloyd (1893-1971) samen met Charlie Chaplin en Buster Keaton een van de drie van topkomieken van de stomme film. ‘Speedy’, in Nederland uitgebracht onder de titel ‘Harold op de eenmanswagen’, was een van zijn beste films. Harold speelt de rol van Speedy Swift, een baseballgek die werkt als barman in een sodabar werkt als taxichauffer en zijn vriendin Jane aanbidt. Zijn schoonvader bezit de laatste paardentram uit New York. Als een spoorwegmaatschappij de paardentram wil uitschakelen mobiliseert ‘Speedy’ de buurt om de plannen te dwarsbomen.


De Amerikaans actrice Gloria Swanson (1897-1983) ontving haar eerste Oscar voor haar rol in de film ‘Sadie Thompson’ (1928), een sexy bewerking van Somerset Maugham's beroemde verhaal "Rain”. Swanson speelt een voor die tijd verbazingwekkende rol van prostituee die aan de grond zit op het afgelegen Polynesische eiland Pago Pago. Ze flirt met een soldaat en verleidt een priester.
De film werd uitgebracht voordat in 1934 in de Verenigde Staten de zogenaamde ‘Production Code’ werd aangescherpt. Onder druk van dreigende wettelijke censuur, legde de Amerikaanse filmindustrie zich een zelfregulerend systeem op waarbij elke Hollywoodfilm door William I. Hays en zijn assistenten op “onzedelijkheden” werd gescreend. Dat gebeurde aan de hand van een door een katholieke geestelijke opgestelde code. Die werd pas aan het einde van de jaren zestig afgeschaft en vervangen door een filmkeuring.

Een beroemde scčne uit de film Marokko (1930) is het ogenblik waarop Marlčne Dietrich (1901-1992) in de rol van Amy Jolly in smoking en hoge hoed een vrouw op de lippen kust. Al in de jaren dertig groeide de bisexuele Dietrich uit tot symbool voor lesbiennes. Het Marokko in de film van regisseur Von Sternberg is ‘een mythisch land van de verbeelding en de begeerte’ waarin Amy Jolly, een geheimzinnige vrouw 'met een verleden' waarover ze liever zwijgt, het hof wordt gemaakt door het rijke heerschap La Bessičre. Jolly kiest uiteindelijk voor het avontuur in de persoon van de nonchalante legionair Tom Brown. Ze trekt haar hoge hakken uit en volgt hem de woestijn in.

In 1925 maakte de Zweeds-Amerikaanse filmlegende Greta Garbo (1905-1990) haar eerste Hollywood-film. ‘The Torrent’ was onmiddellijk een geweldig succes en vormde het begin van een lange reeks triomfen in de jaren ‘20 en ’30. ‘Anna Christie’ was een verfilming van een stuk van de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill uit 1923. De film, die in 1930 in roulatie ging, was de eerste film waarin spraak een grote rol vervulde. Publiek en recensenten popelden om voor het eerste in de filmgeschiedenis Garbo’s stem te horen. Ze werden niet teleurgesteld. Een kwartier nadat de film begonnen is, komt Garbo in beeld, sjokt door een kamer ploft op een stoel neer en zegt met een diepe, door de wol geverfde stem: “Gimme a whiskey, a ginger on the side and don’t be a stingy baby!”. Inderdaad, ‘Garbo talks!’.

Zanger, acteur Al Jolson werd in 1886 in Litouwen geboren onder de naam Asa Yoelson. Het gezin emigreerde naar Washington DC en Jolson ontwikkelde zich tot een gevierd entertainer en zanger van populaire liedjes. Vele decennia behoorde hij tot de top van Broadway . Sterren en tijdgenoten als Bing Crosby, Frank Sinatra en Judith Garland noemden hem zelfs “de grootste entertainer ter wereld”. Geen wonder dat in 1927 de producenten van de eerste film met spraak Jolson voor de hoofdrol vroegen. Na zijn dood in 1950 raakte hij vergeten, niet in de laatste plaats omdat zijn optreden als “zwarte minstreel” in het politieke klimaat van de jaren ’60 en ’70 niet meer werd begrepen. Het zwart schminken van witte acteurs was tegen 1900 in theaters een alom aanvaarde gang van zaken waaraan tal van acteurs waaronder Fred Astaire, Bing Crosby, Doris Day, Eddie Cantor en George Burns meededen.

Het liedje “Making Whoopee” uit de film Whoopee (1930), gezongen door zanger en komiek Eddy Cantor (1892-1964), werd een ongeëvenaarde wereldklassieker. Cantor met zijn grote ‘banjo-ogen’ was en is in de Verenigde Staten een geliefd zanger en humorist die in de jaren ’20 furore maakte in de ‘Ziegfield Follies’, de Broadway-show van de legendarische impressario Florenz Ziegfield. Tekst en muziek van ‘Making Whoopee’ waren geschreven door het duo Gus Kahn & Walter Donaldson.

“Ga hem meerdere keren zien. Chang is de film van het jaar, van de eeuw”, schreef het filmblad ‘Close Up’ in 1927 over deze in de oerwouden van Siam, in het noorden vanThailand opgenomen natuurfilm. De makers, Merion C. Cooper en Ernest B. Schoedsack maakten er twee jaar lang opnamen. ‘Chang’ was de eerste film waarin documentaire natuuropnamen werden gecombineerd met een melodramatisch filmverhaal. Bovendien werden bezoekers overweldigd door het gebruik van een nieuwe vinding, de magnascope, dat voor een overweldigende breedbeeldprojectie zorgde. Zes jaar na de premičre van Chang verrasten de makers de wereld nog meer met de legendarische horrorfilm ‘King Kong’.


|